Straatnaamgeving

Volgens Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal is een straat: ‘een openbare, gebaande weg, met name verharde weg tussen de rijen huizen in een bebouwde kom’. Straten en wegen dienen van oudsher voor de verplaatsing van mensen en goederen. Ze zijn ook belangrijk als plaatsaanduiding, om aan te geven waar iemand woont of waar een bedrijf zich bevindt. Straten en wegen blijken een inspiratiebron voor creatieve geesten. Zo kent de Nederlandse taal veel uitdrukkingen die hieraan zijn ontleend. ‘De straat op gaan’ is een beeldende term voor demonstreren. ‘Op straat staan’ betekent dat iemand dakloos of werkloos is. Niemand wil ‘straatarm’ zijn. Een spreekwoord uit de oude doos luidt: ‘Die timmert aan de straat veroorzaakt veel gepraat’. En met de uitdrukking ‘Men moet straten voor (of: uit) stegen kennen’ wordt bedoeld dat men onderscheid moet weten te maken tussen rang en stand.
Dezelfde creativiteit komt terug in de naamgeving van straten. Maar de straatnaamgeving is ook gebonden aan tal van regels. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat er allemaal komt kijken bij het geven van een naam aan een straat.

 

 

Oudste naamgeving van wegen en straten
Om wegen van elkaar te onderscheiden, kregen zij al spoedig een naam. Zo kenden de Romeinen al een Via Latina (van Rome naar en door de streek Latium), een Via Salaria (de Zoutweg, van Rome naar de Adriatische Zee) en de Via Appia (van Rome naar Brindisi, de eerste weg die is vernoemd naar een persoon, namelijk Appius Claudius Caecus, een Romeinse politicus die het initiatief had genomen voor de aanleg van de weg).
Hetzelfde gebruik speelde zich af in steden en Gouda was daarop geen uitzondering. Met het groter worden van de stad groeide de behoefte aan het geven van namen aan de straten, wegen en stegen. De oudste namen zijn ontstaan in de volksmond. Zij houden verband met de bodemgesteldheid (Kleiweg), de ligging (Hoogstraat) of de vorm (Wijdstraat); zij ontlenen hun naam aan een ter plaatse gelegen gebouw (Achter de Kerk, Minderbroederssteeg, Kazernestraat), een vestingwerk (Bolwerk, Bogen, Vest) of een waterloop (Hoge en Lage Gouwe, Haven); ze zijn gekoppeld aan een markante bewoner (Aaltje Bakstraat, Geertje den Bultsteeg, Kees Faessens Rolwagensteeg) of ze danken hun naam aan bepaalde beroepen (Looierspoort, Speldenmakerssteeg, Kuiperstraat).

Lees verder in deel I Stad van de Gouwenaars