Goverwelle

Goverwelle

Goverwelle is het meest oostelijk gelegen stadsdeel van Gouda. De wijk grenst in het noorden aan de spoorbaan Gouda-Utrecht, in het oosten aan de gemeente Vlist, in het zuiden aan de Hollandsche IJssel en in het westen aan de buurt Oosterwei. Dit stadsdeel bestaat uit de buurten Sportbuurt, Molenbuurt, Polderbuurt, Vrijheidsbuurt, Componistenbuurt en Muziekbuurt. De in de jaren zestig gebouwde Sportbuurt maakte in eerste instantie deel uit van Oosterwei, maar is nu onderdeel van Goverwelle. Tussen de buurten Oosterwei en Sportbuurt ligt een circa 100 meter brede strook van sportvelden. Aan de oostzijde ligt het wijkpark het Steinse Groen. Dit park is door de gemeente Gouda gerealiseerd op het grondgebied van de gemeente Vlist.

Goverwelle ontleent zijn naam aan de Goejanverwelledijk langs de Hollandsche IJssel. In het Gouds dialect werd die als Goverwelsedijk aangeduid. Goe Jan Verwelle was de naam van een landeigenaar uit het begin van de vijftiende eeuw, die in de nabijheid van de Goejanverwellesluis in Hekendorp woonde.

Goverwelle, gezien vanuit de kap van de Haastrechtse molen. Zichtbaar zijn de Hollandsche IJssel, de Goejanverwelledijk, het wiel in het Baden Powellplantsoen en op de achtergrond de bebouwing. Foto: Nico J. Boerboom

Dit boekdeel bestaat uit 8 hoofdstukken, te weten:

“Ontstaan en cultuurhistorie”, “De aanloop naar Goverwelle”, “De plannen voor de overige buurten van Goverwelle”, “De uitwerking per thema”, “De uitwerking van de plandelen, beschrijving per buurt”, “De architectonische kwaliteit”, “De bewoners” en “Samenvatting en conclusie”.

Nu volgt een stukje van het eerste hoofdstuk:

Ontstaan en cultuurhistorie

Oorsprong

De wijk Goverwelle is grotendeels gebouwd in de polder Willens. Alleen de Vrijheidsbuurt ligt in de polder Stein. De polder Willens is gelegen tussen de Breevaart, de Platteweg, de Willenskade en het deel van de Voorwillenseweg dat loodrecht staat op de Goejanverwelledijk. De polder Stein ligt aan de oostzijde daarvan. Beide polders vormden ooit een deel van de gemeente Stein. De streek werd al in de elfde eeuw bewoond. De gemeente Stein had geen eigen kern. Zij bestond uit vijf buurtschappen: het land van Stein, Kort Haarlem, Willens, Vrijhoef en Kalverbroek. Tot 1808 behoorde dit gebied afwisselend tot Holland en Utrecht. In 1870 werd de gemeente Stein opgeheven en ging de polder Willens naar de gemeente Gouda. Het voor de wijk Goverwelle noodzakelijke deel van de polder Stein kwam pas na een tweetal grenscorrecties met de gemeente Haastrecht in 1964 en 1985 bij de gemeente Gouda. Het overgrote deel van de polder Stein ligt nu binnen het grondgebied van de gemeente Vlist, voorheen gemeente Haastrecht. Omstreeks het jaar 1000 is men begonnen met de ontginning van het moerassige veengebied tussen Utrecht en de kuststrook. Dat Hollandveen was op dat moment op sommige plaatsen aangegroeid tot wel 4 tot 6 meter boven de zeespiegel. De ontginning was dus in feite een simpele zaak: door sloten te graven liep het water vanzelf weg de rivier in. Na de ontwatering was het veen droog genoeg om als landbouwgrond te gebruiken.

Steinse groen met op de achtergrond Haastrecht. Foto: Nico J. Boerboom

In het eerste deel van Stad van de Gouwenaars wordt de ontginningsgeschiedenis van het Hollandveen uitvoerig beschreven. Stein en Willens zijn tussen de jaren 1000 en 1050 ontgonnen onder het gezag van de bisschop van Utrecht. De ontginning vond plaats vanaf de bedding van de Hollandsche IJssel. Deze tak van de Rijn is betrekkelijk jong: de rivier ontstond pas omstreeks het jaar 500. De ontginning Stein heette aanvankelijk Overijssel en dankt zijn nieuwe naam aan een uit Limburg afkomstig geslacht dat hier in de veertiende eeuw bezittingen verwierf. Stein of Steyn betekent ook ‘steen’ of ‘kasteel’. De naam Willens is waarschijnlijk afgeleid van ‘Wildernis’.  Beide polders vormen de oudste ontginningen in Gouda. De ontginning van Stein vond plaats in twee fasen of slagen. Willens is in drie fasen ontgonnen. De eerste ontginningss lag strekte van de Hollandsche IJssel tot de Voorwillenseweg. De tweede slag reikte tot de Achterwillenseweg, en de derde slag tot de Platteweg. Maar door ontwatering klinkt veen in. De polders kwamen daardoor uiteindelijk zo laag te liggen dat al vanaf circa 1100 dijken noodzakelijk waren. In een oorkonde van 1150 staat vermeld dat de IJssel aan de zuidzijde bedijkt was en ook dat die dijk al enige generaties bestond. Er is geen enkele reden waarom niet ook al aan de noordzijde van de rivier een dijk zou hebben gelegen.
Intussen ging de inklinking verder, zodat halverwege de vijftiende eeuw windmolens nodig waren om het water in de polders op het gewenste peil te houden. Ons polderland stond er ooit vol mee. Op Gouds grondgebied bevinden zich nog twee van dergelijke wind-watermolens, namelijk de Mallemolen aan de 1e Moordrechtse Tiendeweg (een zogenaamde grondzeiler) en de Haastrechtse Molen aan de Provincialenweg (een stellingwatermolen). Overigens bezit Gouda ook nog twee korenmolens, beide stellingmolens, namelijk de Rode Leeuw aan de Vest en ’t Slot aan de Punt op het hoogste punt van Gouda 5,80 meter + NAP.

Lees meer over deze ontwikkeling in deel 4 van Stad van de Gouwenaars.