Bloemendaal/Plaswijck

Bloemendaal

Bloemendaal beslaat het noordwesten van de stad, begrensd door de spoorlijn in het zuiden, de Bloemendaalseweg in het oosten, de A12 in het noorden en de Gouwe in het westen. De landelijke Bloemendaalseweg is in de woonwijk geïntegreerd.

 

 

Plaswijck

Plaswijck wordt begrensd door de A12 in het noordwesten, Reeuwijk en de Reeuwijkse plassen in het oosten en noorden, de wijk Bloemendaal in het zuidwesten en het Omlooppad in het zuiden. Beide wijken kwamen tot stand na de grenswijziging van 1964, waarbij Gouda grondgebied kreeg van het naburige Waddinxveen.

 

Dit boekdeel bestaat uit 9 hoofdstukken, te weten:

“Aanloop”, “Uitbreidingsplannen 1963, 1964”, “Bloemendaal van start 1964”, “Eerste nieuwbouw in nieuwe stadsuitleg: Bloemendaal 1968”, “Groenhovenkwartier”, “Crisisjaren ’70”, “De afronding van Bloemendaal”, “Plaswijck 1971” en “De laatste ontwikkelingen”

Hierna volgt een stukje van het eerste hoofdstuk:

Aanloop

Noodzaak tot uitbreiden

Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog was in Nederland sprake van een geboortegolf. Ook in Gouda tekende zich deze bevolkingsgroei af; voor het stadsbestuur aanleiding om kritisch te kijken naar de consequenties daarvan op de korte en langere  termijn. Gouda bleek niet in staat haar taken op het gebied van onder meer volkshuisvesting uit te voeren binnen de op dat moment geldende gemeentegrens. Met voortvarendheid klopte het gemeentebestuur in 1947 aan bij het landsbestuur in Den Haag om gewag te maken van de penibele situatie waarin Gouda zou raken zonder uitbreiding van het eigen grondgebied. Nadrukkelijk werd gevraagd om een verlegging van de gemeentegrens in noordwestelijke richting. Dat betekende dat een begerig oog van de stad viel op het gedeelte van de polder Bloemendaal van de gemeente Waddinxveen,  tussen Gouwe en Breevaart, met de Rijksweg als begrenzing. Ook aan de oostkant van de stad was nog wat ruimte, maar dat zou een te dure infrastructuur betekenen, omdat daar nauwelijks geschikte wegen waren ter ontsluiting van dat gebied. Polder Bloemendaal daarentegen was ‘eenvoudig’ op het landelijk wegennet aan te sluiten. De aanwezigheid van het openbaar vervoer was een pluspunt, evenals de rivier de Gouwe. Alleen al de aanvoer per schip van het benodigde zand voor het bouwrijp maken van de noordelijk gelegen polder Bloemendaal was een zeer gunstige bijkomstigheid. Er was wél haast geboden, omdat grenswijzigingsprocedures naar inschatting wel een jaar of drie, vier konden duren. Vervolgens de periode van de onteigening van de benodigde gronden om daarna pas met het bouwrijp maken te kunnen beginnen. Uiterlijk in 1957 – zo dacht men – zou in de nieuwe stadsuitleg met de woningbouw en de daarbij behorende voorzieningen moeten worden gestart om aan de heersende woningnood het hoofd te kunnen bieden. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 3,0 personen zouden er circa 14.000 woningen moeten worden bijgebouwd om aan de behoefte te kunnen voldoen. Tot dat moment was er nog ruimte in de buurten Ouwe Gouwe, Achterwillens, Vreewijk, Nieuwe Park en in de wijk De Korte Akkeren, om een deel van de benodigde woningen en wijkvoorzieningen te realiseren. Het gemeentebestuur had zijn zaken dus goed geregeld in tijd, planning en planvorming. Maarhet bleef stil in Den Haag. Het wachten op de uitkomst van de beoogde grenswijziging bleek dertien(!) jaar langer te duren dan in 1947 was ingeschat. Pas op 1 februari 1964 kwam uitsluitsel: een ‘(tijd)Gat van Bloemendaal’ dus, toen al ………..

Uitbreidingsplan in onderdelen en hoofdzaak “Bloemendaal II”, 1962 (niet uitgevoerd)

Het zal duidelijk zijn dat dit een gigantische streep door de Goudse plannen trok, zowel financieel als voor het uitvoeren van de huisvestingsplicht ten aanzien van de – met name –  jonge gezinnen, maar ook voor ouderen. Omdat uitbreiding in noordelijke richting veel te lang op zich liet wachten, moest noodgedwongen tóch in oostelijke richting worden uitgebreid. Met als gevolg hoge kosten voor de aanleg van de eerder genoemde dure infrastructuur, zowel boven als onder de grond (wegen, sloten voor waterberging, riolering, kabels en leidingen). Na de sloot achter de Bernadottelaan – op dat moment de meest oostelijk gelegen wijkweg – moest deze oostelijke bebouwingsgrens van Gouda nóg tweemaal worden verlegd. Eerst naar de sloot achter de Walraven van Halllaan in Oosterwei-I en daarna naar de sloot achter de Marathonlaan in de wijk Oosterwei-II. Pas in 1968 kon de bouw van de eerste woningen in het Goudse deel van de polder Bloemendaal van start gaan.

Foto: Nico J. Boerboom

Na een sprong in de tijd:

Boerhaavekwartier 1971

In Gouda Noord-west, dat in 1971 het Boerhaavekwartier ging heten, werd ruimte geschapen voor de bouw van een ziekenhuis met een streekfunctie. Om die reden verrezen  twee zogenaamde zusterflats aan de Büchnerweg. Haaks op de Bleulandweg, ten westen van het ziekenhuis, kwamen vier flatgebouwen van tien bouwlagen op onderbouw, de zogeheten eurowoningen. Bovendien was er in het plan ruimte voor twee flatgebouwen tegenover het ziekenhuis, op de plek van de latere Ronssehof. Deze locatie werd aan de zuidzijde (tegenover het NS-station) omsloten door een in een L-vorm gebouwde ‘woonmuur‘ van vijf bouwlagen op onderbouw, gesitueerd aan de Ronsseweg, met aan de oostkant langs de Ridder van Catsweg een afsluitend gebouw met dezelfde architectuur. Op de hoek met de Bleulandweg was aanvankelijk ruimte voor bijzondere bebouwing die werd ingevuld met een kerkgebouw en een postkantoor. Ten westen daarvan, langs de Bleulandweg waren nog meer plekken voor scholen en andere bijzondere gebouwen, zoals het wooncentrum voor ouderen de Ronssehof en het Verpleeghuis Catharina. Dit gebouw had een semi-permanent karakter. Later zijn daar kantoorunits gebouwd.
Langs de Parallelweg – nu Burgemeester Jamessingel – op de hoek bij de Dreef, kwam al snel het garagebedrijf Hulleman, de voormalige T-Ford-leverancier. Dit bedrijf is weggesaneerd uit de binnenstad waar het gevestigd was op de plek van de huidige Hema, op de hoek van de toenmalige Agnietenstraat/Nieuwstraat. Het Hema-gebouw is niet zo enthousiast ontvangen: ‘‘t is net een zwembad’, waren veel mensen van mening vanwege de tegeltjesmuur. Het garagebedrijf aan de Dreef moest vrij snel wéér wijken voor het hoofdgebouw van ‘De Driestar’. Tussen de Dreef en de Bleulandweg is toen een schoolsportveld aangelegd.

Foto: Nico J. Boerboom – Driestar educatief aan de Burgemeester Jamessingel

Nu, in 2014, is met meer dan vierduizend leerlingen/studenten, waarvan drieduizend uit Gouda, een enorme progressie bij De Driestar. Er is Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO), Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs (HAVO), Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) (ook tweetalig). Apart is er nog een Hogeschool – de Driestar Educatief – met 123 studentenwoningen in samenwerking met Mozaïek Wonen. Gouda is hiermee ook een echte studentenstad geworden! Opmerkelijk is dat ook in deze herziening van het Uitbreidingsplan 1964 alle bestaande bebouwing binnen de plangrens, dus aan de westkant van de Ridder van Catsweg – waaronder de villa van Belgraver op nummer 67, waar nu het Hospice is gevestigd – en alles langs de Bloemendaalseweg, moest wijken. Dat drong kennelijk niet door bij de Gouwenaars, want er kwamen geen actiegroepen tegen in het geweer. De bebouwing aan de oostzijde van de Ridder van Catsweg, tussen het Albert Plesmanplein en de Van Limburg Stirumstraat, moest eerder al wijken voor de nieuwbouwplannen en de daarbij behorende toekomstige verkeersafwikkeling. Dit mede in verband met de komst van het ziekenhuis.

Foto: Nico J. Boerboom       –      Ridder van Catsweg met rechts het Hospice

Lees meer over de ontwikkeling van Bloemendaal/Plaswijck in deel 4 van Stad van de Gouwenaars