Achterwillens/ De Goudse Hout

Achterwillens

Met Achterwillens wordt hier het stadsdeel bedoeld dat bestaat uit de buurten Achterwillenseweg, Wethouder Venteweg, Slagenbuurt en Middenwillens. Dit gebied ligt direct ten noorden van de spoorlijn en wordt aan de andere zijden begrensd door de Breevaart in het westen en de Goudse Houtsingel in het noorden en oosten.

De Goudse Hout

De Goudse Hout is een 83 ha groot natuur- en recreatiegebied dat ten noorden en oosten van dit stadsdeel ligt, zuidelijk van en aansluitend op het Reeuwijkse Plassengebied.

Achterwillens en De Goudse Hout behoren samen met de buurten Ouwe Gouwe en Statenkwartier tot de wijk Noord.

 

Achterwillens vóór de twintigste eeuw

Stap voor stap Gouds grondgebied

De naam Achterwillens is ontleend aan een deel van de ontginning Willens die reeds tussen de jaren 1000 en 1050 in drie achtereenvolgende fasen tot stand kwam: Voor-, Midden- en Achterwillens. Het in dit hoofdstuk beschreven stadsdeel omvat behalve de ontginning Achterwillens ook het noordelijke deel van de ontginning Middenwillens, dat in 1855 van de rest van Middenwillens werd afgesneden door de aanleg van de spoorbaan Gouda-Utrecht.
De naam Willens zou verband houden met de wildernis die men hier vóór de ontginning aantrof. De naam ‘Die Wilnisse’ komt al in 1333 voor. De ontginning Willens en het oostelijk daarvan gelegen Land van Stein, dat oorspronkelijk behoorde tot de heerlijkheid Haastrecht, zijn in de middeleeuwen tot één polder samengevoegd. Vóór de grenswijziging van 1870 lag het gehele gebied ten oosten van de Breevaart buiten de stadsgrenzen. Met de annexatie in dat jaar werd het gebied ten zuiden van de Achterwillenseweg, waaronder de Zwarteweg (toen nog Zwartedijkje genaamd), bij Gouda gevoegd. Daarmee groeide het gemeentelijke grondgebied van 217 naar 953 ha. In 1964 annexeerde de stad het gebied ten noorden van de Achterwillenseweg, tot aan de achtergrenzen van de percelen aan de Platteweg. Ook de Bloemendaalse polder, waarin  later de wijk Bloemendaal zou verrijzen, was bij deze grenswijziging betrokken. Daarbij groeide het grondgebied van Gouda tot 1619 ha. In 1992 vond nog een kleine grenscorrectie plaats tussen Gouda en Reeuwijk ten behoeve van de aanleg van de Goudse Houtsingel.

Achterwillenseweg, oorspronkelijke achterkade – Foto: Nico J. Boerboom

De Achterwillenseweg

Het stadsdeel Achterwillens is ontstaan aan de kruising van twee landwegen, die beide van vóór het midden van de elfde eeuw dateren: de Achterwillenseweg en de Wethouder Venteweg. De Achterwillenseweg werd aangelegd als achterkade van de ontginning Middenwillens en diende vervolgens als ontginningsbasis voor de Achterwillens. Vroeger werd deze kade Tiendweg genoemd.
Deze kade is tot in de twintigste eeuw onbebouwd gebleven. Voor de zuidzijde is dat min of meer vanzelfsprekend, omdat de agrarische bebouwing die bij deze kavels behoort, in principe georiënteerd was op de Voorwillenseweg, aan de overzijde van het spoor. Toch is dit niet de oorspronkelijke situatie. Midden in de ontginning Middenwillens, nabij de spoorlijn, zijn aanwijzingen gevonden van bewoningsterpen. Een daarvan stamt vermoedelijk uit de twaalfde eeuw; de andere is niet exact te dateren. De oorspronkelijke agrarische bebouwing bevond zich dus wellicht midden op het perceel, ver van de hoofdwatergangen en bovendien op een terpje, dus zo goed mogelijk ‘op het droge’. Dat ook de noordzijde van de Achterwillenseweg lange tijd onbebouwd is gebleven, lijkt minder vanzelfsprekend. Als basis voor de ontginning van de Achterwillens zou men hier,  op de koppen van de kavels, agrarische bebouwing verwachten. Uit het feit dat dit niet het geval is, valt af te leiden dat deze kade oorspronkelijk alleen betekenis had voor het beheer van het water. Klaarblijkelijk was de Platteweg, in feite de achterkade van deze ontginning, een gunstiger vestigingsplaats.
Nog steeds heeft de Achterwillenseweg zich als een min of meer landelijk element kunnen handhaven. Aan de noordzijde ligt De Goudse Hout met de bijbehorende voorzieningen en een tuincentrum. Aan de zuidzijde is een aantal luxe vrijstaande woningen gebouwd. Verder naar het oosten liggen enkele waterpartijen, mogelijk het gevolg van kleinschalige veenwinning in de loop van de negentiende eeuw.

Zicht op De Goudse Hout – Foto: Nico J. Boerboom

Lees verder in deel 3 van Stad van de Gouwenaars