Vreewijk/Oosterwei

De wijk Kort Haarlem omvat behalve de buurt die eveneens Kort Haarlem heet, ook de buurten Kadenbuurt, Vreewijk, Oosterwei en Voorwillenseweg. Eerder werden in deel 2 van dit boek de Kadenbuurt en de buurt Kort Haarlem beschreven. In dit hoofdstuk komt de rest van de wijk Kort Haarlem aan de orde.

Het onderhavige stadsdeel wordt begrensd door de Joubertstraat en de Breevaart in het westen, de spoorlijn Gouda-Utrecht in het noorden, een zone met sportvelden in het oosten en de Hollandsche IJssel in het zuiden.

Dit deel van Gouda is in twee fasen tot stand gekomen.
De eerste fase is de buurt Vreewijk, gelegen tussen de Joubertstraat en de Vliet van Erberveld. Tot Vreewijk behoort ook de begraafplaats IJsselhof.

De tweede fase is Oosterwei, oorspronkelijk Oosterwei I, ten oosten van de Vliet van Erberveld.
Na Oosterwei I kwamen ook de buurten Oosterwei II en III tot stand. De twee laatstgenoemde buurten maken nu onderdeel uit van de wijk Goverwelle.

De situatie vóór de verstedelijking

Het uitgangspunt: de ontginning Willens
Dit stadsdeel ligt in de polder Willens, die oorspronkelijk niet tot de gemeente Gouda behoorde. Bij een grenswijziging in 1870 werd dit gehele gebied verworven van de gemeente Stein, die bij deze gelegenheid werd opgeheven. Oorspronkelijk lag hier een uitgestrekt veenmoeras, het Hollandveen. De Willens is tussen de jaren 1000 en 1050 ontgonnen onder het gezag van de bisschop van Utrecht, aansluitend op de ontginning Overijssel, het latere Land van Stein. De Willens is daarmee de oudste ontginning binnen het huidige grondgebied van Gouda. De ontginning is vrij diep en reikt vanaf de Hollandsche IJssel tot aan de Platteweg, langs de huidige Reeuwijkse Plassen.

Er zijn drie ontginningsfasen te onderscheiden, namelijk van zuid naar noord de Voorwillens, de Middenwillens en de Achter­willens. Daartussen lagen kaden, later tot tiendwegen ingericht, die thans de namen Voorwillenseweg en Achter­willenseweg dragen. Het is aannemelijk dat de ontginning heeft plaatsgevonden vanuit de zuidelijke kade, die vooraf in het veenmoeras werd aangelegd. Van daaruit konden de ontginners zuidwaarts werken, in de richting van de rivier, waarmee de Voorwillens ontstond. De Voorwillenseweg werd de achterkade van deze eerste ontginningsfase en is aldus de oudste weg op Gouds grondgebied. De ontginningsactiviteiten werden hierna vanuit diezelfde kade noordwaarts voortgezet, waarmee de Middenwillens ontstond.

Foto: Nico J. Boerboom           De Voorwillenseweg is de oude achterkade

Deze ontginning moest worden beschermd tegen het water uit de nog onontgonnen gebieden ten noorden en westen ervan. Daarom werd behalve een achterkade ook een zijkade of zijdewende aangelegd. Die zijdewende lag ter plaatse van de oostelijke rijstrook van de Joubertstraat, en in het verlengde daarvan langs de Zuidelijke Zwarteweg.
Deze oude ontginning kon in eerste instantie nog vrij afwateren op de Hollandsche IJssel. De kavelsloten liepen ongehinderd door tot op de bedding van de rivier. Maar dat betekende ook, dat het ontgonnen land kon overstromen bij hoge waterstanden op de IJssel. Om die reden werden de oudste boerderijen waarschijnlijk op terpen gebouwd. Dat lijkt te worden bevestigd door een tweetal bodemonderzoeken nabij de spoorlijn in Middenwillens. Men vermoedt dat één van de hier mogelijk gevonden terpen uit de twaalfde eeuw dateert.
Door de snel inklinkende bodem moest er al gauw ook een voorkade worden aangelegd om het land zo goed mogelijk te vrijwaren van overstromingen vanuit de rivier. Daarmee was de ontginning geheel door kaden omgeven en dus een polder geworden. De vrije afwatering was nu niet meer mogelijk. Er moesten weteringen, achter en evenwijdig aan de voorkade worden gegraven waarin het polderwater werd opgevangen dat vervolgens dóór de kade heen, via een uitwateringssluis, in de Hollandsche IJssel werd gespuid.


Zoals het met de Willens ging, ging het ook met de andere ontginningen in dit gebied. Spoedig vormden alle voorkaden van de aan elkaar grenzende polders een aaneengesloten dijk vanaf de kust tot diep in het binnenland. Het gedeelte van deze bedijking langs de Willens kreeg de naam Goejanverwelledijk. Het onderhoud van de dijken was in eerste instantie een zaak van de aanwonende boeren. Maar dat werkte niet goed; de boeren waren te druk met hun eigen zaken. Na een aantal stormvloeden, gepaard gaande met dijkdoorbraken en noodlottige overstromingen, werd het beheer centraal geregeld en ontstonden de eerste waterschappen. Het oudste daarvan is het waterschap Rijnland, dat in 1255 werd gesticht. De oorspronkelijke structuur van de ontginning Willens is plaatselijk nog goed herkenbaar.
De Voorwillenseweg is de oude achterkade, de oostelijke rijbaan van de Joubertstraat en de Zuidelijke Zwarteweg vormen de zijkade. Ook de voorkade, de Goejanverwelledijk langs de IJssel heeft nog goeddeels zijn oorspronkelijke beloop behouden, maar is intussen wel herhaalde malen opgehoogd. En onder de verkaveling van de buurten schemert hier en daar nog de bijna duizend jaar oude slotenstructuur.

De Voorwillenseweg en de Vliet van Erberveld
De Voorwillenseweg lag dus aanvankelijk in agrarisch gebied. Aan de zuidzijde waren verspreid enkele boerderijen gevestigd. In 1855 werd centraal door de Middenwillens de spoorbaan Gouda-Utrecht aangelegd. De daardoor afgesneden korte stroken land bleken zeer geschikt voor tuinderijen. In de loop der tijd raakte aldus de noordzijde van de Voorwillenseweg bebouwd met een aantal tuinderswoningen. Het oude veenlandschap rond Gouda, waarvan de polder Willens deel uitmaakt, kenmerkt zich door een zeer klein peilverschil tussen het grondwater en het maaiveld van het polderland met de daarin gelegen landwegen. Dat heeft er vanouds toe geleid dat bij vrijwel alle kruisingen van landwegen met poldersloten het kruisingsniveau enigszins werd verhoogd, om enige doorvaarthoogte te bewerkstelligen. Bij vaarten waarop het waterverkeer zich concentreerde, werd het kruisingsniveau zelfs dusdanig verhoogd dat de vrije doorvaart van beladen schouwen mogelijk werd. Op deze bijzondere punten werden de kruisingen meestal uitgevoerd als hoge vaste brug, soms als ophaalbrug.

De verhoogde kruisingen van landwegen met het polderwater zijn bijzonder karakteristiek voor het oude veenlandschap. Hoge bruggen en ophaalbruggen zijn niet alleen maar pittoreske toevoegingen aan dit landschap, ze maken er essentieel deel van uit. En ze maken ook het landschap als het ware leesbaar. Uit de passage van hoge bruggen en ophaalbruggen kon de reiziger precies bepalen waar hij zich bevond op zijn reisweg.

Willensbrugge aan het einde van de Karnemelksloot   Foto uit 1902

Deze zo kenmerkende onderdelen van het landschap zijn grotendeels verloren gegaan. Nog tot na de Tweede Wereldoorlog trof men in en rond Gouda tientallen hoge bruggen aan. Met de bus van Gouda naar Bodegraven of naar Stolwijk passeerde men keer op keer zo’n karakteristieke hobbel in het wegdek, waarvan de maag even omhoog kwam. Maar voor het toenemende verkeer op de landwegen vormden die hoge bruggen toch lastige obstakels. Daarom verdwenen ze in hoog tempo. Zo vielen de hoge bruggen in de Bodegraafsestraatweg, in de Karnemelksloot bij de aansluiting met de Voorwillenseweg (nog afgebeeld in het tweede Straatnamenboek van dr. Scheijgrond) en in de Achterwillenseweg ten offer aan het snel toenemende autoverkeer.

De brug in de Voorwillenseweg is de laatste nog bestaande hoge brug binnen de gemeente.

De oude brug over de Vliet van Erberveld vlak voor de sloop – Foto Nico J. Boerboom

Deze overkluist het water van de Vliet van Erberveld. Dit water vormde al sinds de middeleeuwen de hoofdwetering die de drie delen van de Willens verbond en het overtollige polderwater afvoerde naar de spuisluis op de Hollandsche IJssel. Vanaf de Vliet van Erberveld was de binnenstad bereikbaar via het water langs de Voorwillenseweg, de Karnemelksloot en de singels. In het noorden was de vliet verbonden met de sloot achter de tuinderijen langs de Platteweg. Deze vaarroute werd gebruikt door de tuinders die met hun beladen schouwen naar de groenteveiling aan de Blekerssingel kwamen. De route is inmiddels op drie plaatsen onderbroken.
De brug in de Voorwillenseweg heeft cultuurhistorische en landschappelijke betekenis, omdat het in een wijde omgeving nog de laatste van dit type is. Om die reden zou deze brug eigenlijk al lang op de gemeentelijke monumentenlijst hebben moeten staan. Maar dat was niet het geval. De brug is in 2012 gesloopt en vervangen. Hoewel de opritten naar de nieuwe brug om verkeerstechnische redenen vlakker moesten worden uitgevoerd, heeft de gemeente al het mogelijke gedaan om dit karakteristieke landschappelijke element te behouden.

De nieuwe brug over de Vliet van Erberveld inmiddels de naam gekregen van Erberveldbrug – foto Nico J. Boerboom

Lees verder in deel 3 van Stad van de Gouwenaars