Nieuwe Park

nieuweparkNieuwe Park (een deel van de wijk Binnenstad) wordt begrensd door de spoorlijn, de Spoorstraat, de Kattensingel en de Nieuwe Gouwe Oostzijde. Het gebied bestaat uit twee buurten: Oost en West met als scheiding de Burgemeester van Hofwegensingel.

In Nieuwe Park Oost liggen woningen, scholen en zorgcentra; in Nieuwe Park West zijn stedelijke voorzieningen, kantoor- en bedrijfspanden.

Het Van Bergen IJzendoornpark en het Nieuwe Park liggen centraal in het woongedeelte dat wordt doorsneden door de twaalfde-eeuwse Winterdijk. Op enkele plaatsen heeft deze dijk zijn oorspronkelijke karakter behouden.

In 2012 woonden in Nieuwe Park 1522 Gouwenaars, de zogenoemde ‘parkers’ en ‘dijkers’.

winterdijk4
Winterdijk anno 2013 – Foto: Nico J. Boerboom

Dit boekdeel heeft 5 hoofdstukken,  te weten:
Tuinieren en wassen (1350 – 1850); De invloed van stoom (1850 – 1914); De industriedomineert (1914 – 1945); Gescheiden wonen en werken (1945 – 2013); Samenvatting.

Tuinieren en wassen (1350-1850)

Winterdijk en Kattensingel

De Winterdijk langs de Gouwe is aangelegd om te voorkomen dat de ontginning Bloemendaal bij hoog water onder water zou lopen. Vanaf de Kattensingel liep de dijk – waarvan delen nog aanwezig zijn – naar het noordwesten, richting Waddinxveen. Langs de Winterdijk vonden aanvankelijk weinig activiteiten plaats. In 1765 liet C. Oosterling daar ter hoogte van de huidige Roos van Dekemastraat beukmolen ‘De Eendragt’ bouwen. Deze werd later ook als korenmolen gebruikt. In 1824 ging de molen in vlammen op. De Kattensingelgracht is bij de stadsuitbreiding van omstreeks 1350 aangelegd. Lange tijd grensden de moestuinen van de binnenstadbewoners aan de Kattensingel. De bebouwing was toen nog incidenteel, waarbij tuinhuizen de boventoon voerden. Later kwamen er bedrijven, waaronder enkele wasserijen, die daar voldoende ruimte vonden voor hun bleekvelden. Daarna ging het snel. Aan het begin van de negentiende eeuw was de Kattensingel vrijwel volgebouwd.

Foto: Nico J. Boerboom                                                                          Kattensingel anno 2013

Wassen en bleken

De eerste grootschalige bedrijvigheid in het Nieuwe Parkgebied bestond uit wasserijen. Het Goudse IJsselwater was in vroeger eeuwen veel schoner en kalkarmer dan het veen- en polderwater elders in Holland. Vandaar dat zich in de achttiende eeuw wasserijen in Gouda vestigden. In de loop van de negentiende eeuw nam hun aantal toe tot zo’n twintig. Ze vestigden zich vooral langs de singels waar nog voldoende plaats was voor bleekvelden. De omvang van deze bedrijven varieerde sterk. De grote wasserijen hadden wel vijftig of meer personeelsleden. Het waren meestal familiebedrijven. Elke wasserij had vaste klanten die over Holland verspreid woonden. Ongeveer tachtig procent van het wasgoed kwam van buiten Gouda, vooral uit de grote steden. De gegoede klasse liet over het algemeen slechts eenmaal per jaar het wasgoed wassen en bleken. Wasserij ‘De Drie Notenboomen’ aan de Kattensingel kreeg in 1849 een monumentale ingang met boven de dubbele groene deuren een gebeeldhouwd reliëf van drie ineengestrengelde notenbomen met daarin twee duiven. De achtergrond van het reliëf is een fresco met voorstellingen uit het wasserijbedrijf: links een Hollands landschap met twee personen, die een wasmand dragen, in het midden een bleekveld en rechts twee vrouwen die de was in een houten tobbe schoon stampen.

Foto: Nico J. Boerboom   Gebeeldhouwd reliëf boven de ingang van wasserij De Drie Notenboomen

Loodwitfabriek ‘Het Klaverblad’ werd in 1786 door P. Blok gevestigd op het terrein van twee wasserijen aan de Kattensingel: ‘De Witte Lely’ en ‘De Rijzende Zon’. Het loodwit, een witte verfstof, was van goede kwaliteit en vond aftrek in binnen- en buitenland. Blok verkocht zijn fabriek, die te lijden had van de economische malaise in de Frans-Bataafse tijd, in 1809. Na het vertrek van de Fransen in 1813 ging het weer beter met het bedrijf.

Lees verder in deel 2 van Stad van de Gouwenaars